Validatie van de risicostratificatietool, Adjusted Clinical Groups (ACG), in Nederlandse setting

Inleiding
Om de kwaliteit van zorg, de ervaren gezondheid en de zorgkosten die steeds hoger worden, in goede balans te houden, is het noodzakelijk om wat betreft de gezondheidszorg in Nederland steeds meer in te zetten op populatie management. Populatie management houdt in dat de zorg gericht wordt op gespecificeerde groepen patiënten of zelfs op de individuele patiënt. Eén van de onderdelen van populatie management is het toepassen van risicostratificatie. Risicostratificatie is een statische methode, toegepast op individueel patiëntniveau, om de patiëntengroepen die de meeste baat hebben bij een bepaalde interventie te identificeren. Hierin worden bepaalde individuele risico’s op negatieve uitkomsten meegenomen. Hiervoor bestaan er verschillende methoden.

Het Jan van Es Instituut heeft na een beknopte literatuurstudie ervoor gekozen Johns Hopkins University’s Adjusted Clinical Groups (ACG) verder te exploiteren als risicostratificatietool in de Nederlandse setting. De ontwikkeling van de ACG systematiek is gebaseerd op jarenlang onderzoek vanuit de Johns Hopkins University. Echter is dit systeem gebaseerd op buitenlandse gegevens. Om de tool op een waardige manier toe te passen in Nederland, is het van groot belang om deze eerst te valideren voor de Nederlandse situatie. In een pilotstudie hebben wij de toepasbaarheid van het systeem onderzocht. Resultaten toonden aan dat het systeem goed te gebruiken is met Nederlandse zorgregistratie gegevens. Echter hebben wij met de gegevens die toen beschikbaar waren, niet kunnen onderzoeken wat de waarde van de voorspellingen door het ACG systeem precies is. In deze validatiestudie gaan wij na wat de voorspellende waarden zijn van verschillende risicofuncties van de ACG. Een gevalideerd risicostratificatiemodel kan op velerlei manieren gebruikt worden ter verbetering van de zorg. Zo kan de systematiek door huisarts, zorggroep of gemeente ingezet worden om persoonsgerichte zorg te leveren en de (regionale) zorg goed op de populatie af te stemmen.

De gegevens
Voor dit onderzoek worden versleutelde gegevens vanuit de huisartsenregistratie van de verschillende deelnemende zorgpartijen gebruikt. Gegevens betreffen onder andere leeftijd, geslacht, diagnose- en medicatiegegevens. Op basis van deze gegevens worden individuele risicoscores gegenereerd. Een dergelijke risicoscore is bijvoorbeeld het risico op ziekenhuisopname. Om te onderzoeken of iemand met een hoog risico op ziekenhuisopname inderdaad is opgenomen in het ziekenhuis, zijn gegevens vanuit een andere bron dan de huisartsenregistratie nodig. Het is daarom noodzakelijk om gegevens vanuit een andere bron te koppelen aan de huisartsgegevens. De gegevens die wij hiervoor gebruiken, zijn beschikbaar binnen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS biedt een beveiligde omgeving waarin de gegevens door de onderzoekers geanalyseerd kunnen worden. De gegevens kunnen nooit de beveiligde omgeving op persoonsniveau verlaten, zelfs niet anoniem. Dit betekent dat de resultaten van dit onderzoek niet terug te herleiden zijn naar individuen.

Het onderzoek
De studie wordt uitgevoerd in samenwerking met vier zorggroepen in de regio’s Zoetermeer, Utrecht, Nijkerk en Urk. Voor expertise op academisch en implementatieniveau zijn samenwerkingen met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en Q-consult Zorg ondergaan. Shelley-Ann Girwar is als hoofdonderzoeker van het Jan van Es Instituut betrokken bij dit project en zal promoveren op dit onderwerp. Voor meer informatie kunt u telefonisch (036 – 7670360) of via email (s.girwar@jvei.nl) contact met haar opnemen.